Ons lichaam laat zien hoe kanker bestreden moet worden – Deel 2

In onze vorige nieuwsbrief hadden we het over de belangrijke rol van lipoproteïne( a), ook wel geschreven als Lp(a), als een surrogaat voor vitamine C. Lp(a) is een kleverig molecuul dat bestaat uit een lange eiwitketen, apolipoproteïne(a), ook wel geschreven als apo(a), bevestigd aan een molecuul LDL (lagedichtheidlipoproteïne). Op die manier helpt Lp(a) bij het transport van cholesterol en triglyceriden in het lichaam. Daarnaast geeft de aanwezigheid van apo(a) dit molecuul andere specifieke eigenschappen, zoals de mogelijkheid om aan collageen en andere structuur-eiwitten te “plakken” en te helpen bij de bloedstolling.

Lp(a) komt alleen voor bij mensen en bij dieren die zelf geen vitamine C aanmaken, en verscheen in het menselijk metabolisme toen onze voorouders de vaardigheid om vitamine C aan te maken verloren. Momenteel is de enige zinvolle verklaring daarvoor de ontdekking van Dr. Rath dat Lp(a) een functionele vervanger is voor vitamine C en dienst doet als een tijdelijke “reparatiefactor” voor beschadigde bloedvaten, veroorzaakt door een langdurig tekort aan vitamine C.

De eigenschap van Lp(a) om bindweefsel dat verzwakt is door een gebrek aan vitamine C te stabiliseren, kan ook een rol spelen in de ontwikkeling van kanker. Dit is bevestigd door wetenschappers van het Dr. Rath Research Instituut, die een speciale muizensoort ontwikkelden die het menselijk metabolisme op twee belangrijke punten nabootst: een gebrek aan eigen aanmaak van vitamine C, en de vaardigheid om Lp(a) te produceren. Deze muizensoort staat bekend als Gulo-/-; Lp(a)+.

In hun onderzoek verdeelden onze onderzoekers Gulo-/-; Lp(a)+ muizen in acht groepen die verschillende hoeveelheden vitamine C via hun voeding binnenkregen. Als controlegroep werden wilde muizen gebruikt die hun eigen vitamine C aanmaakten. Alle groepen muizen werden geïnjecteerd met borstkankercellen en gedurende een periode van zes weken geobserveerd.

De resultaten lieten zien dat Gulo-/-;Lp(a)+ muizen die een grote hoeveelheid vitamine C binnenkregen, vergeleken met de wilde muizen gemiddeld 50% minder tumoren ontwikkelden en sommigen volledig tumor-vrij waren. Eén groep muizen kreeg de eerste 3 weken een hoge dosis vitamine C en wisselden de laatste 3 weken van het experiment naar een lagere dosering. We namen waar dat de hogere inname van vitamine C vooral belangrijk was tijdens de beginstadia van tumorontwikkeling, aangezien de verminderde tumorgroei voortduurde nadat de voeding drie weken later veranderd werd naar een lagere dosis vitamine C gedurende de daaropvolgende drie weken. Bovendien was kankeruitzaaiing naar de longen significant minder bij de muizen die een hoge dosering vitamine C kregen. Het aantal longtumoren in deze muizen was met 90% verminderd en het longgewicht met 50%. De Lp(a) was in grote mate opgehoopt in de kern van de tumoren die zich ontwikkelden in de Gulo-/-;Lp(a)+ muizen, zichtbaar door afstervingsprocessen.

Over het algemeen hadden muizen met een hogere Lp(a)-spiegel een 30-60% vermindering van primaire tumoren en een lager vermogen tot uitzaaiing. Bij de muizen met hogere concentraties Lp(a) zorgde aanvullende suppletie met vitamine C voor verdere vermindering van uitzaaiing, wat een belangrijke rol van vitamine C suggereert in het remmen van uitzaaiing, vergelijkbaar met Lp(a). Onze vorige onderzoeken hebben het belang van sterk bindweefsel en extracellulaire matrix (ECM) benadrukt om uitzaaiing te voorkomen. Op grond van de resultaten van dit onderzoek hebben we ontdekt dat een hogere concentratie Lp(a) in de tumor en omliggende gebieden de reactie van het lichaam moet zijn om de ECM en collageenvezels te versterken om zo uitzaaiing te voorkomen.

Er is veel documentatie dat kankerpatiënten zeer lage vitamine C-bloedwaarden hebben. Anderzijds hebben kankerpatiënten een hogere Lp(a)-bloedspiegel dan gezonde mensen. Ons onderzoek wierp nieuw licht op de rol van Lp(a) bij kanker, en bevestigde dat het een factor is die ontwikkeling van primaire tumoren en uitzaaiing helpt verminderen. Hierdoor ontstaat de suggestie dat Lp(a), net als vitamine C, een “stabiliteits”-factor is voor verzwakt bindweefsel als gevolg van kwaadaardige tumoren.

Literatuurlijst

  1. J. Cha, MW Roomi, et al., Int J Oncology, 49: 895-902, 2016
Geplaatst in Health Science News Page en getagd met , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *